Hoe voorkom ik een droge mond?

Als u last heeft van een droge mond, drink dan voldoende. Bijvoorbeeld (mineraal)water of thee zonder suiker. U heeft ongeveer twee liter vocht per dag nodig. Vindt u het moeilijk veel te drinken, neem dan steeds kleine beetjes.

Frisdrank en vruchtensap kunt u beter niet te vaak drinken. Deze veroorzaken gaatjes.

U kunt eten nemen waar u goed op moet kauwen. Bijvoorbeeld wortels of suikervrije kauwgom. Verder helpt licht zuur voedsel ook, zoals fruit of komkommer.

Als de droge mond komt door uw medicijn, bespreek dit dan met uw huisarts of specialist. De soort medicijnen, de dosering of het tijdstip van toediening kan misschien aangepast worden.

Waarom is een droge mond slecht voor het gebit?

In een gezonde mond helpt speeksel uw tanden en kiezen te beschermen. Als u onvoldoende speeksel heeft, vormt tandplak zich sneller dan normaal. Hierdoor ontstaan sneller gaatjes in uw tanden en kiezen. Zeker als u vaak eten of drinken met (verborgen) suiker neemt. Of zuur eten of drinken.

In een droge mond zitten tandplak en gaatjes vooral langs de randen van het tandvlees. Hierdoor kan het
tandvlees ontsteken. Zo gaan tanden en kiezen los zitten. Zonder extra beschermende maatregelen kunt u uw tanden en kiezen dus sneller kwijtraken.

Heeft u een droge mond en wilt u daarom op snoepjes zuigen? Dat is een slechte oplossing! De tanden en kiezen raken er extra door beschadigd. Neem in plaats daarvan suikervrije kauwgom.

Welke klachten geeft een droge mond?

U kunt uw mond regelmatig vochtig willen maken. Soms gaat wegslikken van droog eten (bijvoorbeeld beschuit of brood) moeilijk, als u er niets bij drinkt. Het eten blijft in uw mond plakken. Verder kunnen zowel de lippen als de tong strak en plakkerig aanvoelen. Ook kunt u problemen hebben met spreken. Denk hierbij aan het klakken van de tong en een moeizame uitspraak van sommige woorden of letters.

Heeft u een gebit? Dan zit het soms te los, of juist te vast door te weinig spuug.

Hoe komt een droge mond?

Een droge mond heeft te weinig speeksel (spuug). De speekselklieren geven bijvoorbeeld onvoldoende speeksel af. Ook als u door de mond ademhaalt, droogt het speeksel op. Het kan komen door:

  • Het gebruik van medicijnen: behoorlijk wat medicijnen zorgen ervoor dat de speekselklieren het niet meer zo goed doen. Dit zijn vooral medicijnen die gebruikt worden bij de behandeling van hoge bloeddruk, hartritmestoornissen, of depressie, slaapmiddelen en plasmiddelen.
  • Ziekten: een droge mond kan komen door uitdroging door koorts of diarree. Ook met suikerziekte kunt u last hebben van dorst en een droge mond. Deze klachten verdwijnen vanzelf. Blijvende monddroogheid komt voor bij mensen met aids of het syndroom van Sjögren (chronische ontsteking van de traan- en speekselklieren). Bij hen kunnen de klachten over monddroogheid wisselen, maar geheel verdwijnen doen ze nooit. Bij het syndroom van Sjögren wordt droge mond steeds erger.
  • Bestraling: als een kwaadaardig gezwel (kanker) in het hoofd of de hals wordt bestraald, kunnen de speekselklieren door de straling onherstelbaar worden beschadigd. Hierdoor houdt u een droge mond.

Waarom is speeksel (spuug) belangrijk?

Speeksel (spuug) heeft een smerende werking als u spreekt, kauwt en slikt. Met speeksel kunt u makkelijker bewegen met uw wangen, tong en lippen. Met uw speeksel bevochtigt u uw eten zodat u het goed kunt doorslikken. Ook maakt speeksel het mondslijmvlies vochtig. En het maakt tanden en kiezen en slijmvlies alvast een beetje schoon. Speeksel voorkomt ook ontstekingen en infecties, omdat het bacteriën en schimmels tegengaat.

Waarom is een droge mond slecht bij een kunstgebit?

Vaak blijft een kunstgebit in een droge mond niet goed op zijn plaats zitten. Soms ontstaat tussen het kunstgebit en het mondslijmvlies een ingedikte laag speeksel. Het kunstgebit plakt dan als het ware vast aan het gehemelte. Hierdoor gaat het kunstgebit heen en weer bewegen en ontstaan pijnlijke plekken. Een mond met voldoende spuug voorkomt dit. Het is dan een soort tussenlaagje waardoor uw kunstgebit lekker zit, niet te los en ook niet te vast.

Waarom is een droge mond slecht voor mijn gebit?

Speeksel (spuug) beschermt. De slijmvliezen in uw mond raken makkelijk geïrriteerd als de beschermende speeksellaag ontbreekt. Die irritaties ontstaan bijvoorbeeld door het kunstgebit, of door het eten van zuur of gekruid voedsel of het drinken van alcohol. Er kunnen dan pijnlijke plekken ontstaan op uw tong, wang, gehemelte of tandvlees. Ook ontstekingen, vooral schimmelinfecties, kunnen makkelijk ontstaan.

Hoe kom ik van een droge mond af?

Een droge mond is vervelend. En slecht voor de gezondheid van uw gebit. Overleg met uw tandarts welke behandeling voor u het meest geschikt is. Er is een aantal mogelijkheden:

  • Uw speekselklieren kunnen tijdelijk niet goed werken of uw speekselafgifte kan minder zijn door het gebruik van medicijnen. In beide gevallen kunt u de speekselproductie proberen te vergroten. Eet bijvoorbeeld dingen waarop u goed moet kauwen. Denk aan stevige bruine boterhammen, wortels of suikervrije kauwgom. De afgifte van speeksel kunt u ook versterken door het eten van licht zuur voedsel, zoals fruit of komkommer. Dit werkt vaak niet of onvoldoende bij mensen met het syndroom van Sjögren of die in het hoofd of de hals zijn bestraald.
  • Komt uw droge mond door het gebruik van een medicijn? Dan kan uw huisarts of specialist de soort medicijnen, de dosering of het tijdstip van toediening misschien aanpassen.
  • Als uw speekselklieren niet meer werken, kunt u speekselvervangers gebruiken. Dit zijn speciale vloeistoffen. Een bevochtigingsgel brengt u op de slijmvliezen aan. Of met een verstuiver kunt u de mondholte met vloeistof bevochtigen. Een gel wordt vooral ’s nachts prettig gevonden, een spray is vooral overdag fijn. Een mondgel is bij de drogist of apotheek te koop. Een speekselvervanger kan de tandarts voorschrijven en is bij de apotheek verkrijgbaar. Overleg in ieder geval altijd met uw tandarts. Begin niet zelf aan een middel, ook al is dit bij de drogist of apotheek verkrijgbaar. Sommige middelen zijn namelijk zuur en dus slecht voor uw eigen kiezen of tanden.

Hoe gaat sealen?

Sealen is een laklaagje over kiezen en tanden. Het sluit de groeven af, zodat er minder kans is op tandbederf. Sealen gebeurt in een aantal stappen:

  • Reinigen: eerst maakt de tandarts of de mondhygiënist de kies goed schoon met een ronddraaiend borsteltje of een instrument.
  • Droog houden: om te sealen moeten de tanden en kiezen droog zijn. Anders plakt het niet goed. Daarom houdt de tandarts of mondhygiënist de kies met wattenrolletjes en een speekselzuiger droog. Soms spant de tandarts of mondhygiënist een heel dun rubber lapje om de hele kies of om meerdere kiezen. Dit wordt ook wel een rubberdam genoemd. Een klemmetje houdt het lapje op zijn plaats. Het klemmetje drukt soms iets op het tandvlees, maar dat went meestal snel. Daarna spuit hij de kies met een luchtspuit droog.
  • Etsen: om het laagje goed te laten hechten, ruwt de tandarts of mondhygiënist de groefjes en putjes in het glazuur op met een zure vloeistof of gel. Dat heet etsen.
  • Spoelen: de zure vloeistof of gel wordt weggespoeld met water. Dat gebeurt met een lucht-/waterspuit. Het water wordt opgezogen met een speekselzuiger (een soort klein stofzuigertje, maar dan voor spuug).
  • Sealen: nu kan de tandarts of mondhygiënist het laagje seal op de kies aanbrengen.
  • Uitharden: nu moet het materiaal uitharden. Dat kan vanzelf gaan of met een lamp die blauw licht geeft. Als de tandarts of mondhygiënist een lamp gebruikt, beschermt hij soms de ogen met een oranje schermpje.
  • Test: Tenslotte controleert de tandarts of mondhygiënist of het laagje goed vast zit.